Deel 1: SEE
Transcript
- SEE â Signaleren van suĂŻcidaliteit
Waarom is dit belangrijk?
Feiten en cijfers (bron: 113)
- Gemiddeld overlijden 5 mensen per dag in Nederland door zelfdoding.
- Ongeveer 450.000 Nederlanders denken jaarlijks aan zelfdoding.
- Bijna de helft van de Nederlandse lesbische, homo- en biseksuele (LHB)-volwassenen en jongeren heeft ooit gedachten aan zelfdoding gehad. Dit is ruim 5 keer vaker dan in de algemene volwassen bevolking. Dit percentage is in lijn met recent internationaal onderzoek waarin werd vastgesteld dat meer dan 40% van de LHB-jongeren kampt met gedachten aan zelfdoding. 8% van de LHB-volwassenen heeft ooit een poging ondernomen. Dit is 4 keer hoger dan in de algemene volwassen bevolking.
- Transgender personen overlijden 3 tot 4 keer vaker door zelfdoding dan niet-transgender personen. Ze doen bovendien 5 tot 10 maal vaker een suĂŻcidepoging en denken 7 maal vaker aan zelfdoding in vergelijking met niet-transgender personen. Recent internationaal onderzoek bevestigt dat ruim 80 procent van de transgender personen ooit aan zelfdoding heeft gedacht. Ruim 90 procent van de transgender personen die ooit een poging deed, deed dit voor het 25e levensjaar. Gedachten aan zelfdoding nemen vaak af wanneer mensen toegang krijgen tot goede transgenderzorg.
De meeste LHBTâers met gedachten aan zelfdoding geven aan dat deze samenhangen met hun geaardheid of genderidentiteit. Vaak als gevolg van negatieve reacties, pesten, geweld en minderheidsstress. Daarnaast hebben jongeren de neiging dit vooral met elkaar te bespreken en er geen volwassene in te betrekken, waardoor ze elkaar in hun suĂŻcidaliteit versterken. Belangrijke beschermende factoren zijn steun van ouders, zelfacceptatie/-waardering, persoonlijke veerkracht, het gevoel er bij te horen en een positief school- of werkklimaat.
Â
Het taboe doorbreken
- Veel mensen praten niet openlijk over suĂŻcidale gedachten vanwege angst voor stigma en schaamte. Het is belangrijk om dit taboe te doorbreken, want praten helptâŚ
⌠om herkenning te vinden.
⌠om de eerste stappen naar hulp te zetten.
⌠om op te luchten.
- Taalgebruik speelt een cruciale rol wanneer je over zelfmoord spreekt: vermijd termen zoals âzelfmoord plegenâ en gebruik âgestorven aan zelfdodingâ om negatieve associaties te verminderen. Bekijk het volgende schema om te zien hoe taalgebruik de negatieve associaties kan verminderen.
Zeg liever | Vermijd | Waarom |
âGestorven aan zelfdodingâ of âheeft diens eigen leven genomenâ | âHeeft zelfmoord gepleegdâ | Hiermee voorkom je de associatie van zelfdoding met een misdaad of een zonde, waardoor je het makkelijker maakt om hierover te praten. |
âGestorven aan zelfdodingâ, âheeft diens eigen leven genomenâ of âNiet-fatale zelfmoordpogingâ | âGeslaagde zelfmoordpogingâ âMislukte zelfmoordpogingâ | Een zelfmoord kan nooit een succes zijn. Vermijd daarom te praten over een âgeslaagdeâ of âmislukteâ zelfmoordpoging. Mocht een persoon een zelfmoordpoging overleven, versterkt dit enkel het gevoel van mislukking. |
âDenk je wel eens aan zelfdoding?â | âJe gaat geen gekke dingen doen toch?â | Door het woord zelfdoding te benoemen, laat je zien dat het voor jou geen taboe is om hierover te praten. Door direct te zijn voorkom je tevens misverstanden door miscommunicatie. |
Â
Signalen van suĂŻcidaliteit
Mensen die aan zelfdoding denken laten vaak indirecte of directe signalen zien.
Veelvoorkomende uitspraken:
- âZo hoeft het voor mij niet meer.â
- âIk wil niet meer.â
- âJullie hebben geen last meer van mijâ
- âNiemand zal mij missen.â
Veelvoorkomend gedrag:
- Somber, eenzaam of hopeloos zijn.
- Overmatig alcohol- of drugsgebruik.
- Afspraken niet nakomen.
- Praten over de dood of zelfmoord.
- Prikkelbaar en agressief zijn.
- Zichtbare, opvallende gedragsveranderingen.
De signalen kunnen voor iedereen anders zijn. Ze vallen op omdat het een verandering is van hoe deze persoon zich normaal gedraagt.
5 Risicofactoren die suĂŻcidaliteit vergroten:
- Verlieservaringen (bijv. baan, relatie, coming-out-problemen).
- Eerdere suĂŻcidepogingen.
- Psychische problemen of psychiatrische stoornissen.
- Verlies van een dierbare door zelfdoding.
- Sociale isolatie en gebrek aan steun.
Quiz: misverstanden over zelfdoding (waar of niet waar)
- Mythe:Â âIemand die zelfmoord pleegt, wil per se dood.â
- Fabel:Â De meeste mensen willen niet dood, maar zien geen andere uitweg.
- Mythe:Â âZelfmoordpogingen zijn soms alleen een schreeuw om aandacht.â
- Fabel:Â Elke poging moet serieus genomen worden; het is een signaal van radeloosheid.
- Mythe:Â âZelfmoord gebeurt plotseling.â
- Fabel:Â Er is vaak sprake van een onzichtbaar proces met steeds intenser wordende gedachten.
Credits
Spreker: Kadeem van de Pol
Camera en editting:Â FD Visuals
Scripts: Kadeem van de Pol en Stichting 113 Zelfmoordpreventie
Productie: Kadeem van de Pol en MEIJT.
Met speciale dank aan onze partners:
Stichting 113 Zelfmoordpreventie, Transgender Netwerk, World Pride Amsterdam, COC, Pride Amsterdam, Vereniging de Trut, Club Church, OutTV en Q Psychologen.